Wat zegt de Bijbel over vijanden?
Belangrijke Schriftgedeelten en geestelijke begeleiding over vijanden
De Bijbel behandelt vijanden op verschillende plaatsen en biedt inzicht in hoe we met hen moeten omgaan. Het moedigt ons aan om lief te hebben en te vergeven, zelfs onze vijanden, zoals Jezus ons heeft geleerd. Hoewel het normaal is om vijanden te hebben, herinnert de Bijbel ons eraan dat we hen niet moeten haten, maar eerder goed voor hen moeten zijn en hen zegenen.
Bijbelverzen over vijanden
Matteüs 5:44SVV
“Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief; zegent ze, die u vervloeken; doet wel dengenen, die u haten; en bidt voor degenen, die u geweld doen, en die u vervolgen;”
Romeinen 12:20SVV
“Indien dan uw vijand hongert, zo spijzigt hem; indien hem dorst, zo geeft hem te drinken; want dat doende, zult gij kolen vuurs op zijn hoofd hopen.”
Lukas 6:27SVV
“Maar Ik zeg ulieden, die dit hoort: Hebt uw vijanden lief; doet wel dengenen, die u haten.”
Spreuken 16:7SVV
“Als iemands wegen den HEERE behagen, zo zal Hij ook zijn vijanden met hem bevredigen.”
Matteüs 5:46SVV
“Want indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat loon hebt gij? Doen ook de tollenaars niet hetzelfde?”
Spreuken 25:21SVV
“Indien dengene, die u haat, hongert, geef hem brood te eten; en zo hij dorstig is, geef hem water te drinken;”
Lukas 6:35SVV
“Maar hebt uw vijanden lief, en doet goed, en leent, zonder iets weder te hopen; en uw loon zal groot zijn, en gij zult kinderen des Allerhoogsten zijn; want Hij is goedertieren over de ondankbaren en bozen.”