Wat zegt de Bijbel over vasten?
Belangrijke Schriftgedeelten en geestelijke begeleiding over vasten
De Bijbel spreekt op verschillende plaatsen over vasten als een praktijk van onthouding van voedsel voor spirituele doeleinden. Vasten wordt vaak geassocieerd met gebed, berouw en nederigheid. Het wordt gezien als een manier om dichter bij God te komen, om te groeien in discipline en om te zoeken naar Zijn leiding en kracht in moeilijke tijden.
Bijbelverzen over vasten
Matteüs 6:16–18SVV
“En wanneer gij vast, toont geen droevig gezicht, gelijk de geveinsden; want zij mismaken hun aangezichten, opdat zij van de mensen mogen gezien worden, als zij vasten. Voorwaar, Ik zeg u, dat zij hun loon weg hebben. Maar gij, als gij vast, zalft uw hoofd, en wast uw aangezicht; Opdat het van de mensen niet gezien worde, als gij vast, maar van uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden.”
Jesaja 58:6SVV
“Is niet dit het vasten, dat Ik verkies: dat gij losmaakt de knopen der goddeloosheid, dat gij ontdoet de banden des juks, en dat gij vrij loslaat de verpletterden, en alle juk verscheurt?”
Handelingen 13:2–3SVV
“En als zij den Heere dienden, en vastten, zeide de Heilige Geest: Zondert Mij af beiden Barnabas en Saulus tot het werk, waartoe Ik hen geroepen heb. Toen vastten en baden zij, en hun de handen opgelegd hebbende, lieten zij hen gaan.”
Joël 2:12SVV
“Nu dan ook, spreekt de HEERE, bekeert u tot Mij met uw ganse hart, en dat met vasten en met geween, en met rouwklage.”
Matteüs 17:21SVV
“Maar dit geslacht vaart niet uit, dan door bidden en vasten.”
Lucas 4:2
Veertig dagen en veertig nachten bleef Jezus vasten en in die tijd heeft hij niets gegeten; toen die tijd voorbij was, had hij honger.
Daniël 10:2–3SVV
“In die dagen was ik, Daniel, treurende drie weken der dagen. Begeerlijke spijze at ik niet, en vlees of wijn kwam in mijn mond niet; ook zalfde ik mij gans niet, totdat die drie weken der dagen vervuld waren.”