Wat zegt de Bijbel over hel?
Belangrijke Schriftgedeelten en geestelijke begeleiding over hel
De Bijbel spreekt op verschillende plaatsen over de hel als een plaats van eeuwige straf voor degenen die zich afkeren van God en zijn geboden. De hel wordt beschreven als een plek van duisternis, vuur en pijn, waar er geen rust of verlichting is. Het is een afschuwelijke bestemming voor degenen die ervoor kiezen om God af te wijzen en hun eigen weg te gaan.
Bijbelverzen over hel
Matteüs 25:41SVV
“Dan zal Hij zeggen ook tot degenen, die ter linker hand zijn: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, hetwelk den duivel en zijn engelen bereid is.”
Openbaring 20:15SVV
“En zo iemand niet gevonden werd geschreven in het boek des levens, die werd geworpen in den poel des vuurs.”
Matteüs 13:50SVV
“En zullen dezelve in den vurigen oven werpen; daar zal zijn wening en knersing der tanden.”
Judas 1:7SVV
“Gelijk Sodoma en Gomorra, en de steden rondom dezelve, die op gelijke wijze als deze gehoereerd hebben, en ander vlees zijn nagegaan, tot een voorbeeld voorgesteld zijn, dragende de straf des eeuwigen vuurs.”
Matteüs 25:46SVV
“En dezen zullen gaan in de eeuwige pijn; maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven.”
2 Tessalonicenzen 1:9
Dezen zullen boeten met een eeuwige ondergang, ver van het aangezicht van de Heer en van de heerlijkheid van zijn macht.
Matteüs 5:22SVV
“Doch Ik zeg u: Zo wie te onrecht op zijn broeder toornig is, die zal strafbaar zijn door het gericht; en wie tot zijn broeder zegt: Raka! die zal strafbaar zijn door den groten raad; maar wie zegt: Gij dwaas! die zal strafbaar zijn door het helse vuur.”