Wat zegt de Bijbel over homoseksualiteit?
Belangrijke Schriftgedeelten en geestelijke begeleiding over homoseksualiteit
De Bijbel spreekt op verschillende plaatsen over homoseksualiteit. In de Bijbelse context wordt homoseksualiteit gezien als zondig gedrag dat in strijd is met de wil van God. Het boek Leviticus verbiedt mannelijke homoseksuele relaties en spreekt erover als een gruwel. In het Nieuwe Testament noemt de apostel Paulus in zijn brief aan de Romeinen homoseksuele praktijken als tegennatuurlijk en zondig. Het is belangrijk om deze teksten in hun historische en culturele context te begrijpen, terwijl we ook de boodschap van liefde, genade en vergeving in de Bijbel onthouden.
Bijbelverzen over homoseksualiteit
Leviticus 18:22SVV
“Bij een manspersoon zult gij niet liggen met vrouwelijke bijligging; dit is een gruwel.”
Leviticus 20:13SVV
“Wanneer ook een man bij een manspersoon zal gelegen hebben, met vrouwelijke bijligging, zij hebben beiden een gruwel gedaan; zij zullen zekerlijk gedood worden; hun bloed is op hen!”
Romeinen 1:26–27SVV
“Daarom heeft God hen overgegeven tot oneerlijke bewegingen; want ook hun vrouwen hebben het natuurlijk gebruik veranderd in het gebruik tegen nature; En insgelijks ook de mannen, nalatende het natuurlijk gebruik der vrouw, zijn verhit geworden in hun lust tegen elkander, mannen met mannen schandelijkheid bedrijvende, en de vergelding van hun dwaling, die daartoe behoorde, in zichzelven ontvangende.”
1 Korintiërs 6:9–10SVV
“Of weet gij niet, dat de onrechtvaardigen het Koninkrijk Gods niet zullen beerven? Dwaalt niet; noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch ontuchtigen, noch die bij mannen liggen, noch dieven, noch gierigaards, noch dronkaards, geen lasteraars, geen rovers zullen het Koninkrijk Gods beerven.”
1 Timotheüs 1:10SVV
“Den hoereerders, dien, die bij mannen liggen, den mensendieven, den leugenaars, den meinedigen, en zo er iets anders tegen de gezonde leer is;”
Johannes 13:34–35SVV
“Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat ook gij elkander liefhebt. Hieraan zullen zij allen bekennen, dat gij Mijn discipelen zijt, zo gij liefde hebt onder elkander.”
1 Johannes 4:7–8SVV
“Geliefden! Laat ons elkander liefhebben, want de liefde is uit God; en een iegelijk, die liefheeft, is uit God geboren, en kent God; Die niet liefheeft, die heeft God niet gekend; want God is liefde.”