Wat zegt de Bijbel over armoede?
Belangrijke Schriftgedeelten en geestelijke begeleiding over armoede
De Bijbel spreekt op verschillende plaatsen over armoede en de plicht om de armen lief te hebben en te helpen. God roept ons op om gul te geven en te delen met de behoeftigen, en om rechtvaardigheid en barmhartigheid te tonen aan de armen. De Bijbel waarschuwt ook tegen het uitbuiten van de armen en benadrukt het belang van nederigheid en eerlijkheid in onze omgang met geld en bezittingen.
Bijbelverzen over armoede
Spreuken 19:17SVV
“Die zich des armen ontfermt, leent den HEERE, en Hij zal hem zijn weldaad vergelden.”
Spreuken 22:9SVV
“Die goed van oog is, die zal gezegend worden; want hij heeft van zijn brood den armen gegeven.”
Psalmen 82:3SVV
“Doet recht den arme en den wees; rechtvaardigt den verdrukte en den arme.”
Spreuken 14:31SVV
“Die den arme verdrukt, smaadt deszelfs Maker; maar die zich des nooddruftigen ontfermt, eert Hem.”
Matteüs 5:3SVV
“Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.”
1 Johannes 3:17SVV
“Zo wie nu het goed der wereld heeft, en ziet zijn broeder gebrek hebben, en sluit zijn hart toe voor hem, hoe blijft de liefde Gods in hem?”
Jakobus 2:15–16SVV
“Indien er nu een broeder of zuster naakt zouden zijn, en gebrek zouden hebben aan dagelijks voedsel; En iemand van u tot hen zou zeggen: Gaat henen in vrede, wordt warm, en wordt verzadigd; en gijlieden zoudt hun niet geven de nooddruftigheden des lichaams, wat nuttigheid is dat?”