Ezra 4:17
“De koning zond antwoord aan Rehum, den kanselier, en Simsai, den schrijver, en de overigen van hun gezelschappen, die te Samaria woonden; mitsgaders aan de overigen van deze zijde der rivier aldus: Vrede, en op zulken tijd.”
Context: Ezra 4
15Opdat men zoeke in het boek der kronieken uwer vaderen, zo zult gij vinden in het boek der kronieken, en weten, dat dezelve stad een rebelle stad geweest is, en den koningen en landschappen schade aanbrengende, en dat zij daarbinnen afval gesticht hebben, van oude tijden af; daarom is dezelve stad verwoest.
16Wij maken dan de koning bekend, dat, zo dezelve stad zal worden opgebouwd, en haar muren voltrokken, gij daardoor geen deel zult hebben aan deze zijde der rivier.
17De koning zond antwoord aan Rehum, den kanselier, en Simsai, den schrijver, en de overigen van hun gezelschappen, die te Samaria woonden; mitsgaders aan de overigen van deze zijde der rivier aldus: Vrede, en op zulken tijd.
18De brief, dien gij aan ons geschikt hebt, is duidelijk voor mij gelezen.
19En als van mij bevel gegeven was, hebben zij gezocht en gevonden, dat dezelve stad zich van oude tijden af tegen de koningen heeft verheven, en rebellie en afval daarin gesticht is.
Over Ezra 4: Verzet tegen de wederopbouw

Tegenstand tegen de wederopbouw van de tempel door de naburige volkeren, inclusief het schrijven van een brief aan koning Artaxerxes.
Commentaar
Ezra 4 is een hoofdstuk dat spreekt over de tegenstand waarmee de Israëlieten te maken kregen toen ze probeerden de tempel in Jeruzalem te herbouwen. Het hoofdstuk begint met een lijst van de vijanden van de Israëlieten die probeerden hen te ontmoedigen en te weerhouden van de herbouw van de tempel. Deze vijanden omvatten het volk van het land, de Samaritanen, en de Ammonieten en Arabieren. De vijanden van de Israëlieten probeerden hun plannen te dwarsbomen door adviseurs in te huren om hen tegen te werken en door brieven te schrijven naar de Perzische koning, Artaxerxes, om het werk te stoppen.
Het hoofdstuk beschrijft vervolgens hoe de vijanden van de Israëlieten succesvol waren in hun inspanningen. Het werk aan de tempel werd stilgelegd voor een periode van zestien jaar. Gedurende deze tijd bleven de vijanden van de Israëlieten hen dwarsbomen en proberen te voorkomen dat ze de tempel herbouwden.