Genesis 31:39

“Het verscheurde heb ik tot u niet gebracht; ik heb het geboet; gij hebt het van mijn hand geeist, het ware des daags gestolen, of des nachts gestolen.”
— Genesis 31:39 (The Statenvertaling Bible)

Context: Genesis 31

37Als gij al mijn huisraad betast hebt, wat hebt gij gevonden van al het huisraad uws huizes! Leg het hier voor mijn broederen en uw broederen, en laat hen richten tussen ons beiden.

38Deze twintig jaren ben ik bij u geweest; uw ooien en uw geiten hebben niet misdragen, en de rammen uwer kudde heb ik niet gegeten.

39Het verscheurde heb ik tot u niet gebracht; ik heb het geboet; gij hebt het van mijn hand geeist, het ware des daags gestolen, of des nachts gestolen.

40Ik ben geweest, dat mij bij dag de hitte verteerde, en bij nacht de vorst, en dat mijn slaap van mijn ogen week.

41Ik ben nu twintig jaren in uw huis geweest; ik heb u veertien jaren gediend om uw beide dochteren, en zes jaren om uw kudde; en gij hebt mijn loon tien malen veranderd.

Over Genesis 31: Jakobs vlucht van Laban

Genesis 31: Jakobs vlucht van Laban

Jacob rent weg van Laban met zijn familie en bezittingen. Laban achtervolgt hem, maar ze sluiten een verbond en scheiden als vrienden.

Commentaar

Genesis 31 is het verhaal van Jakobs terugkeer naar zijn thuisland Kanaän na een lange periode van ballingschap in het land van Laban. Na een lange en moeilijke reis wordt Jakob herenigd met zijn familie en met open armen verwelkomd.

Het hoofdstuk begint met Jakobs beslissing om Labans land te verlaten en terug te keren naar Kanaän. Hij wordt vergezeld door zijn vrouwen, kinderen en al zijn bezittingen. Jakob vreest de reactie van Laban op zijn vertrek, dus neemt hij voorzorgsmaatregelen om zijn veiligheid te waarborgen. Hij stuurt Laban een boodschap om hem over zijn plannen te informeren en vertrekt dan in de nacht.

Personen in Genesis 31