Genesis 32:10

“Ik ben geringer dan al deze weldadigheden, en dan al deze trouw, die Gij aan Uw knecht gedaan hebt; want ik ben met mijn staf over deze Jordaan gegaan, en nu ben ik tot twee heiren geworden!”
— Genesis 32:10 (The Statenvertaling Bible)

Context: Genesis 32

8Want hij zeide: Indien Ezau op het ene heir komt, en slaat het, zo zal het overgeblevene heir ontkomen.

9Voorts zeide Jakob: O, God mijns vaders Abrahams, en God mijns vaders Izaks, o HEERE! Die tot mij gezegd hebt: Keer weder tot uw land, en tot uw maagschap, en Ik zal wel bij u doen!

10Ik ben geringer dan al deze weldadigheden, en dan al deze trouw, die Gij aan Uw knecht gedaan hebt; want ik ben met mijn staf over deze Jordaan gegaan, en nu ben ik tot twee heiren geworden!

11Ruk mij toch uit mijns broeders hand, uit Ezau's hand; want ik vreze hem, dat hij niet misschien kome, en mij sla, de moeder met de zonen!

12Gij hebt immers gezegd: Ik zal gewisselijk bij u weldoen, en Ik zal uw zaad stellen als het zand der zee, dat vanwege de menigte niet geteld kan worden!

Over Genesis 32: Jakobs worsteling met God

Genesis 32: Jakobs worsteling met God

Jakob bereidt zich voor om zijn broer Esau te ontmoeten en hij worstelt met God.

Commentaar

Genesis 32 is een cruciaal hoofdstuk in het boek Genesis, omdat het een belangrijk keerpunt markeert in het leven van Jacob. Na te zijn gevlucht voor zijn broer Esau, keert Jacob nu terug naar zijn geboorteland en hij is vervuld van angst en onzekerheid. Hij weet niet hoe zijn broer hem zal ontvangen en vreest gestraft te worden voor zijn verleden.

Om zich voor te bereiden op de hereniging met Esau, stuurt Jacob een reeks geschenken vooruit. Hij verdeelt zijn familie en bezittingen in twee kampen, zodat als Esau een kamp aanvalt, het andere kan ontsnappen.

Personen in Genesis 32