Genesis 47:12

“En Jozef onderhield zijn vader, en zijn broeders, en het ganse huis zijns vaders, met brood, tot den mond der kinderkens toe.”
— Genesis 47:12 (The Statenvertaling Bible)

Context: Genesis 47

10En Jakob zegende Farao, en ging uit van Farao's aangezicht.

11En Jozef bestelde voor Jakob en zijn broederen woningen, en hij gaf hun een bezitting in Egypteland, in het beste van het land, in het land Rameses, gelijk als Farao geboden had.

12En Jozef onderhield zijn vader, en zijn broeders, en het ganse huis zijns vaders, met brood, tot den mond der kinderkens toe.

13En er was geen brood in het ganse land; want de honger was zeer zwaar: zodat het land van Egypte en het land Kanaan raasden vanwege dien honger.

14Toen verzamelde Jozef al het geld, dat in Egypteland en in het land Kanaan gevonden werd, voor het koren, dat zij kochten; en Jozef bracht dat geld in Farao's huis.

Over Genesis 47: De Zegen van Jakob aan de Farao

Genesis 47: De Zegen van Jakob aan de Farao

Jozef voorziet voedsel voor zijn familie en de Egyptenaren tijdens de hongersnood.

Commentaar

Genesis hoofdstuk 47 is een cruciaal hoofdstuk in het boek Genesis, omdat het het begin markeert van de afdaling van de Israëlieten naar Egypte. In dit hoofdstuk zien we de machtige figuur van Jozef, die door zijn broers als slaaf is verkocht, maar nu een positie van macht en autoriteit in Egypte heeft. Hij kan zijn positie gebruiken om voedsel en onderdak te bieden aan zijn familie tijdens een hongersnood.

Het hoofdstuk begint met de farao die Jozef roept om zijn droom te interpreteren. Jozef legt de droom uit als een waarschuwing voor zeven jaren van overvloed gevolgd door zeven jaren van hongersnood. De farao stelt Jozef vervolgens aan als verantwoordelijke voor het land Egypte, met de autoriteit om gedurende de jaren van overvloed een vijfde van de productie te innen en op te slaan voor de jaren van hongersnood.

Personen in Genesis 47