Hebreeën 2:6
“Maar iemand heeft ergens betuigd, zeggende: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, of des mensen zoon, dat Gij hem bezoekt!”
Context: Hebreeën 2
4God bovendien medegetuigende door tekenen, en wonderen, en menigerlei krachten en bedelingen des Heiligen Geestes, naar Zijn wil.
5Want Hij heeft aan de engelen niet onderworpen de toekomende wereld, van welke wij spreken.
6Maar iemand heeft ergens betuigd, zeggende: Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt, of des mensen zoon, dat Gij hem bezoekt!
7Gij hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen; met heerlijkheid en eer hebt Gij hem gekroond, en Gij hebt hem gesteld over de werken Uwer handen;
8Alle dingen hebt Gij onder zijn voeten onderworpen. Want daarin, dat Hij hem alle dingen heeft onderworpen, heeft Hij niets uitgelaten, dat hem niet onderworpen zij; doch nu zien wij nog niet, dat hem alle dingen onderworpen zijn;
Over Hebreeën 2: De Mensheid van Jezus

Dit hoofdstuk richt zich op de menselijkheid van Jezus, en legt uit hoe Hij in alle opzichten aan ons gelijk werd om ons te redden van onze zonden.
Commentaar
Hebreeën 2 is een krachtige herinnering aan het belang van Jezus' missie en de noodzaak voor ons om aandacht te schenken aan de waarschuwingen van de Schrift. De auteur begint met ons eraan te herinneren dat God gesproken heeft door de profeten en dat we acht moeten slaan op hun waarschuwingen. Vervolgens legt hij uit dat Jezus gezonden was om een barmhartige en trouwe hogepriester te zijn in dienst van God. Hij werd gezonden om verzoening te bewerkstelligen voor de zonden van het volk en hen in een juiste relatie met God te brengen.
De auteur gaat vervolgens verder met uitleggen dat Jezus superieur is aan de engelen en dat Hij degene is aan wie de macht is gegeven om redding te brengen aan allen die in Hem geloven. Hij is degene die is aangesteld om de bemiddelaar te zijn tussen God en mens. Hij is degene aan wie de autoriteit is gegeven om ons in een juiste relatie met God te brengen.