Marcus 1:40
“En tot Hem kwam een melaatse, biddende Hem, en vallende voor Hem op de knieen, en tot Hem zeggende: Indien Gij wilt, Gij kunt mij reinigen.”
Context: Marcus 1
38En Hij zeide tot hen: Laat ons in de bijliggende vlekken gaan, opdat Ik ook daar predike; want daartoe ben Ik uitgegaan.
39En Hij predikte in hun synagogen, door geheel Galilea, en wierp de duivelen uit.
40En tot Hem kwam een melaatse, biddende Hem, en vallende voor Hem op de knieen, en tot Hem zeggende: Indien Gij wilt, Gij kunt mij reinigen.
41En Jezus, met barmhartigheid innerlijk bewogen zijnde, strekte de hand uit, en raakte hem aan, en zeide tot hem: Ik wil, word gereinigd!
42En als Hij dit gezegd had, ging de melaatsheid terstond van hem, en hij werd gereinigd.
Over Marcus 1: Johannes de Doper en de Doop van Jezus

Johannes de Doper bereidt de weg voor Jezus, die Zijn bediening begint en wonderen verricht.
Commentaar
Markus 1 is het openingshoofdstuk van het Evangelie van Marcus, dat het tweede boek van het Nieuwe Testament is. Het begint met de introductie van Johannes de Doper, die wordt beschreven als een boodschapper die door God is gestuurd om de weg voor Jezus te bereiden. Johannes wordt beschreven als een man van de wildernis, gekleed in kamelenhaar en etend van sprinkhanen en wilde honing. Hij predikt een boodschap van berouw en doopt mensen in de Jordaan.
Het hoofdstuk gaat dan verder met de doop van Jezus door Johannes. Nadat Jezus is gedoopt, openen de hemelen zich en daalt de Heilige Geest op hem neer in de vorm van een duif. Een stem uit de hemel verklaart Jezus als de geliefde Zoon van God.