Numeri 23:27
“Verder zeide Balak tot Bileam: Kom toch, ik zal u aan een ander plaats medenemen; misschien zal het recht zijn in de ogen van dien God, dat gij het mij van daar vervloekt.”
Context: Numeri 23
25Toen zeide Balak tot Bileam: Gij zult het ganselijk noch vloeken, noch geenszins zegenen.
26Doch Bileam antwoordde en zeide tot Balak: Heb ik niet tot u gesproken, zeggende: Al wat de HEERE spreken zal, dat zal ik doen?
27Verder zeide Balak tot Bileam: Kom toch, ik zal u aan een ander plaats medenemen; misschien zal het recht zijn in de ogen van dien God, dat gij het mij van daar vervloekt.
28Toen nam Balak Bileam mede tot de hoogte van Peor, die tegen de woestijn ziet.
29En Bileam zeide tot Balak: Bouw mij hier zeven altaren, en bereid mij hier zeven varren en zeven rammen.
Over Numeri 23: Balaäms orakels

Balaäms profetieën over de komst van een grote leider, de Messias.
Commentaar
In Numeri 23, gebiedt de Heer Bileam om de Israëlieten te zegenen. Bileam is een niet-Israëlitische profeet die door Balak, de koning van Moab, wordt ingehuurd om de Israëlieten te vervloeken. Echter, God staat Bileam niet toe dit te doen, en gebiedt hem in plaats daarvan de Israëlieten te zegenen. Bileam gehoorzaamt God en zegent de Israëlieten met een reeks profetieën.
De eerste profetie is dat de Israëlieten zullen zegevieren over hun vijanden. Bileam verkondigt dat niemand tegen hen zal kunnen standhouden, en dat ze zullen zegevieren in al hun gevechten. Dit dient als herinnering voor de Israëlieten dat God aan hun zijde staat en hen zal beschermen tegen hun vijanden.