Numeri 5:20
“Maar zo gij, onder uw man zijnde, afgeweken zijt, en zo gij onrein geworden zijt, dat een man bij u gelegen heeft, behalve uw man:”
Context: Numeri 5
18Daarna zal de priester de vrouw voor het aangezicht des HEEREN stellen, en zal het hoofd van de vrouw ontbloten, en zal het spijsoffer der gedachtenis op haar handen leggen, hetwelk het spijsoffer der ijveringen is; en in de hand des priesters zal dat bitter water zijn, hetwelk den vloek medebrengt.
19En de priester zal haar beedigen, en zal tot die vrouw zeggen: Indien iemand bij u gelegen heeft, en indien gij, onder uw man zijnde, niet afgeweken zijt tot onreinigheid, wees vrij van dit bitter water, hetwelk den vloek medebrengt!
20Maar zo gij, onder uw man zijnde, afgeweken zijt, en zo gij onrein geworden zijt, dat een man bij u gelegen heeft, behalve uw man:
21(Dan zal de priester die vrouw met den eed der vervloeking beedigen, en de priester zal tot die vrouw zeggen:) De HEERE zette u tot een vloek, en tot een eed, in het midden uws volks, mits dat de HEERE uw heup vervallende, en uw buik zwellende make;
22Dat ditzelve water, hetwelk de vervloeking medebrengt, in uw ingewand inga, om den buik te doen zwellen, en de heup te doen vervallen! Dan zal die vrouw zeggen: Amen, amen!
Over Numeri 5: De Wet van Jaloezie

Instructies worden gegeven voor het omgaan met degenen die ceremonieel onrein zijn geworden.
Commentaar
In Numeri 5 zien we de Heer instructies geven aan Mozes over hoe om te gaan met gevallen van vermoedelijke overspel. De Heer instrueert Mozes om de man zijn vrouw naar de priester te laten brengen, die vervolgens een speciale drank voor haar zal bereiden om te drinken. Als ze schuldig is aan overspel, zal de drank ervoor zorgen dat ze lichamelijke gevolgen zal ondergaan. Deze passage dient als een herinnering aan het belang van trouw in het huwelijk. Het dient ook als een waarschuwing voor degenen die overwegen om zich in overspel te begeven, omdat de gevolgen ernstig zijn. De Heer is een God van gerechtigheid en Hij zal ontrouw in het huwelijk niet tolereren. Deze passage dient ook als een herinnering aan het belang van het zoeken van gerechtigheid en waarheid in alle zaken. We zouden altijd moeten streven naar gerechtigheid en waarheid in onze relaties en omgang met anderen.