BiblePics
Home
Bijbelboeken
Spreuken
5
Spreuken 5
Spreuken 5
Waarschuwing tegen overspel
Salomo waarschuwt tegen de valkuilen van overspel en spoort de lezers aan om huwelijkstrouw te waarderen.
Lees hoofdstuk
Book
Genesis
Uittocht
Leviticus
Numeri
Deuteronomium
Jozua
Rechters
Ruth
1 Samuel
2 Samuel
1 Koningen
2 Koningen
1 Kronieken
2 Kronieken
Ezra
Nehemia
Ester
Job
Psalmen
Spreuken
Prediker
Het Hooglied van Salomo
Jesaja
Jeremia
Klaagliederen
Ezechiël
Daniël
Hosea
Joël
Amos
Obadja
Jona
Micha
Nahum
Habakuk
Sefanja
Haggai
Zacharia
Maleachi
Matteüs
Marcus
Lukas
Johannes
Handelingen
Romeinen
1 Korintiërs
2 Korintiërs
Galaten
Efeziërs
Filippenzen
Kolossenzen
1 Tessalonicenzen
2 Thessalonicenzen
1 Timotheüs
2 Timotheüs
Titus
Filemon
Hebreeën
Jakobus
1 Petrus
2 Petrus
1 Johannes
2 Johannes
3 Johannes
Judas
Openbaring
Versie
The Statenvertaling Bible
1
Mijn zoon! merk op mijn wijsheid, neig uw oor tot mijn verstand;
2
Opdat gij alle bedachtzaamheid behoudt, en uw lippen wetenschap bewaren.
3
Want de lippen der vreemde vrouw druppen honigzeem, en haar gehemelte is gladder dan olie.
4
Maar het laatste van haar is bitter als alsem, scherp als een tweesnijdend zwaard.
5
Haar voeten dalen naar den dood, haar treden houden de hel vast.
6
Opdat gij het pad des levens niet zoudt wegen, zijn haar gangen ongestadig, dat gij het niet merkt.
7
Nu dan, gij kinderen! hoort naar mij, en wijkt niet van de redenen mijns monds.
8
Maak uw weg verre van haar, en nader niet tot de deur van haar huis;
9
Opdat gij anderen uw eer niet geeft, en uw jaren den wrede;
10
Opdat de vreemden zich niet verzadigen van uw vermogen, en al uw smartelijke arbeid niet kome in het huis des onbekenden;
11
En gij in uw laatste brult, als uw vlees, en uw lijf verteerd is;
12
En zegt: Hoe heb ik de tucht gehaat, en mijn hart de bestraffing versmaad!
13
En heb niet gehoord naar de stem mijner onderwijzers, noch mijn oren geneigd tot mijn leraars!
14
Ik ben bijna in alle kwaad geweest, in het midden der gemeente en der vergadering!
15
Drink water uit uw bak, en vloeden uit het midden van uw bornput;
16
Laat uw fonteinen zich buiten verspreiden, en de waterbeken op de straten;
17
Laat ze de uwe alleen zijn, en van geen vreemde met u.
18
Uw springader zij gezegend; en verblijd u vanwege de huisvrouw uwer jeugd;
19
Een zeer liefelijke hinde, en een aangenaam steengeitje; laat u haar borsten te allen tijd dronken maken; dool steeds in haar liefde.
20
En waarom zoudt gij, mijn zoon, in een vreemde dolen, en den schoot der onbekende omvangen?
21
Want eens iegelijks wegen zijn voor de ogen des HEEREN, en Hij weegt al zijne gangen.
22
Den goddeloze zullen zijn ongerechtigheden vangen, en met de banden zijner zonden zal hij vastgehouden worden.
23
Hij zal sterven, omdat hij zonder tucht geweest is, en in de grootheid zijner dwaasheid zal hij verdwalen.
Spreuken 4
Spreuken 6
Tekstinstellingen
Veelgestelde Vragen
Veelgestelde vragen over dit hoofdstuk
Hoeveel hoofdstukken zijn er in Spreuken?