Romeinen 3:25
“Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods;”
Context: Romeinen 3
23Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods;
24En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is;
25Welken God voorgesteld heeft tot een verzoening, door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden, die te voren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods;
26Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid in dezen tegenwoordigen tijd; opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende dengene, die uit het geloof van Jezus is.
27Waar is dan de roem? Hij is uitgesloten. Door wat wet? Der werken? Neen, maar door de wet des geloofs.
Over Romeinen 3: Allen hebben gezondigd en komen tekort aan de glorie van God

Paulus onderwijst dat alle mensen zondig zijn en dat ze redding nodig hebben door geloof in Jezus.
Commentaar
Romeinen 3 is een krachtig hoofdstuk dat spreekt over de kracht van Gods genade en barmhartigheid. Paulus begint met het stellen van een retorische vraag: "Wat is dan het voorrecht van de Jood?" Hij beantwoordt zijn eigen vraag door te stellen dat de Joden het voorrecht hebben gekregen om belast te zijn met de uitspraken van God. Dit herinnert eraan dat God de Joden heeft uitverkoren om Zijn volk te zijn en de ontvangers te zijn van Zijn goddelijke openbaring.
Paulus legt vervolgens uit dat allen gezondigd hebben en tekortschieten in de heerlijkheid van God. Dit herinnert eraan dat niemand rechtvaardig is en dat allen behoefte hebben aan Gods genade en barmhartigheid. Daarna legt Paulus uit dat Gods gerechtigheid wordt geopenbaard door geloof in Jezus Christus. Dit herinnert eraan dat redding alleen te vinden is door geloof in Jezus en niet door werken van de wet.