Wat zegt de Bijbel over racisme?
Belangrijke Schriftgedeelten en geestelijke begeleiding over racisme
De Bijbel behandelt racisme als een zonde en benadrukt dat alle mensen gelijk zijn in de ogen van God. De Schrift moedigt liefde, respect en eenheid tussen alle volken aan, en veroordeelt elke vorm van discriminatie of vooroordeel op basis van ras. Jezus Christus leerde ons om onze naasten lief te hebben als onszelf, ongeacht hun afkomst of huidskleur.
Bijbelverzen over racisme
Handelingen 10:34–35SVV
“En Petrus, den mond opendoende, zeide: Ik verneem in der waarheid, dat God geen aannemer des persoons is; Maar in allen volke, die Hem vreest en gerechtigheid werkt, is Hem aangenaam.”
Galaten 3:28SVV
“Daarin is noch Jood noch Griek; daarin is noch dienstbare noch vrije; daarin is geen man en vrouw; want gij allen zijt een in Christus Jezus.”
Jakobus 2:9SVV
“Maar indien gij den persoon aanneemt, zo doet gij zonde, en wordt van de wet bestraft als overtreders.”
Romeinen 2:11SVV
“Want er is geen aanneming des persoons bij God.”
Deuteronomium 10:17SVV
“Want de HEERE, uw God, is een God der goden, en een Heere der heren; die grote, die machtige, en die vreselijke God, Die geen aangezicht aanneemt, noch geschenk ontvangt;”
1 Johannes 4:20SVV
“Indien iemand zegt: Ik heb God lief; en haat zijn broeder, die is een leugenaar; want die zijn broeder niet liefheeft, dien hij gezien heeft, hoe kan hij God liefhebben, Dien hij niet gezien heeft?”
Handelingen 17:26SVV
“En heeft uit een bloede het ganse geslacht der mensen gemaakt, om op den gehelen aardbodem te wonen, bescheiden hebbende de tijden te voren geordineerd, en de bepalingen van hun woning.”