Wat zegt de Bijbel over werk?
Belangrijke Schriftgedeelten en geestelijke begeleiding over werk
De Bijbel spreekt op verschillende plaatsen over werk en arbeid. In Genesis lezen we dat God de mens opdroeg om de aarde te bewerken en te beheren. Werk wordt gezien als een manier om onze gaven en talenten te gebruiken en om bij te dragen aan de samenleving. Het boek Spreuken moedigt aan tot ijver en verantwoordelijkheid in ons werk, en waarschuwt tegen luiheid en gemakzucht. Paulus schrijft in zijn brieven dat we ons werk moeten doen alsof we het voor de Heer zelf doen, met integriteit en toewijding.
Bijbelverzen over werk
Genesis 2:15SVV
“Zo nam de HEERE God den mens, en zette hem in den hof van Eden, om dien te bouwen, en dien te bewaren.”
Spreuken 10:4SVV
“Die met een bedriegelijke hand werkt, wordt arm; maar de hand der vlijtigen maakt rijk.”
Kolossenzen 3:23SVV
“En al wat gij doet, doet dat van harte als den Heere en niet den mensen;”
Spreuken 12:24SVV
“De hand der vlijtigen zal heersen; maar de bedriegers zullen onder cijns wezen.”
1 Tessalonicenzen 4:11SVV
“En dat gij u benaarstigt stil te zijn, en uw eigen dingen te doen, en te werken met uw eigen handen, gelijk wij u bevolen hebben;”
Spreuken 13:4SVV
“De ziel des luiaards is begerig, doch er is niets; maar de ziel der vlijtigen zal vet gemaakt worden.”
Efeziërs 4:28SVV
“Die gestolen heeft, stele niet meer, maar arbeide liever, werkende dat goed is met de handen, opdat hij hebbe mede te delen dengene, die nood heeft.”