2 Samuel 8:12
“Van Syrie, en van Moab, en van de kinderen Ammons, en van de Filistijnen, en van Amalek, en van den roof van Hadad-ezer, den zoon van Rechob, den koning van Zoba.”
Context: 2 Samuel 8
10Zo zond Thoi zijn zoon Joram tot den koning David, om hem te vragen naar zijn welstand, en om hem te zegenen, vanwege dat hij tegen Hadad-ezer gekrijgd en hem geslagen had, (want Hadad-ezer voerde steeds krijg tegen Thoi); en in zijn hand waren zilveren vaten, en gouden vaten, en koperen vaten;
11Welke de koning David ook den HEERE heiligde, met het zilver en het goud, dat hij geheiligd had van alle heidenen, die hij zich onderworpen had;
12Van Syrie, en van Moab, en van de kinderen Ammons, en van de Filistijnen, en van Amalek, en van den roof van Hadad-ezer, den zoon van Rechob, den koning van Zoba.
13Ook maakte zich David een naam, als hij wederkwam, nadat hij de Syriers geslagen had, in het Zoutdal, achttien duizend.
14En hij legde bezettingen in Edom; in gans Edom legde hij bezettingen; en alle Edomieten werden David tot knechten; en de HEERE behoedde David overal, waar hij heentoog.
Over 2 Samuel 8: David's Militaire Campagnes

David blijft zijn koninkrijk uitbreiden door militaire veroveringen.
Commentaar
2 Samuel 8 is een hoofdstuk dat de militaire successen van Koning David belicht. Het begint met een lijst van de volken die David veroverde, waaronder de Filistijnen, Moabieten, Edomieten en Ammonieten. Hij versloeg ook de Arameeërs en ontving schatting van hen. Dit hoofdstuk vermeldt ook dat David succesvol was in de strijd tegen de Amalekieten, en dat hij hun vee en bezittingen nam.
Vervolgens beschrijft het hoofdstuk hoe David officieren over zijn leger aanstelde en hoe hij werd geprezen door het volk van Israël. Het vermeldt ook dat David genadig was voor Mefiboseth, de zoon van Jonathan, en dat hij hem een plaats aan zijn tafel gaf.