Daniël 6:22

“Toen sprak Daniel tot den koning: O koning, leef in eeuwigheid!”
— Daniël 6:22 (The Statenvertaling Bible)

Context: Daniël 6

20Toen stond de koning in den vroegen morgenstond met het licht op, en hij ging met haast henen tot den kuil der leeuwen.

21Als hij nu tot den kuil genaderd was, riep hij tot Daniel met een droeve stem; de koning antwoordde en zeide tot Daniel: O Daniel, gij knecht des levenden Gods! heeft ook uw God, Dien gij geduriglijk eert, u van de leeuwen kunnen verlossen?

22Toen sprak Daniel tot den koning: O koning, leef in eeuwigheid!

23Mijn God heeft Zijn engel gezonden, en Hij heeft den muil der leeuwen toegesloten, dat zij mij niet beschadigd hebben, omdat voor Hem onschuld in mij gevonden is; ook heb ik, o koning! tegen u geen misdaad gedaan.

24Toen werd de koning bij zichzelven zeer vrolijk, en zeide, dat men Daniel uit den kuil trekken zou. Toen Daniel uit den kuil opgetrokken was, zo werd er geen schade aan hem gevonden, dewijl hij in zijn God geloofd had.

Over Daniël 6: Daniël in de leeuwenkuil

Daniël 6: Daniël in de leeuwenkuil

Daniël weigert te stoppen met bidden tot God, zelfs wanneer koning Darius een edict uitvaardigt tegen het gebed. Hij wordt in een leeuwenkuil gegooid, maar God beschermt hem en hij wordt gered.

Commentaar

Default commentary text

Personen in Daniël 6