Uittocht 29:37
“Zeven dagen zult gij verzoening doen voor het altaar, en zult het heiligen; alsdan zal dat altaar een heiligheid der heiligheden zijn; al wat het altaar aanroert, zal heilig zijn.”
Context: Uittocht 29
35Gij zult dan aan Aaron en aan zijn zonen alzo doen, naar alles, wat Ik u geboden heb; zeven dagen zult gij hun hand vullen.
36Gij zult ook des daags een var des zondoffers bereiden, tot de verzoeningen, en gij zult het altaar ontzondigen, mits doende de verzoening over hetzelve; en gij zult het zalven, om het te heiligen.
37Zeven dagen zult gij verzoening doen voor het altaar, en zult het heiligen; alsdan zal dat altaar een heiligheid der heiligheden zijn; al wat het altaar aanroert, zal heilig zijn.
38Dit nu is het, wat gij op het altaar bereiden zult: twee lammeren, die eenjarig zijn, des daags, geduriglijk.
39Het ene lam zult gij des morgens bereiden; maar het andere lam zult gij bereiden tussen de twee avonden.
Over Uittocht 29: De inwijding van de priesters

Instructies voor de inwijding van de priesters en het altaar.
Commentaar
Exodus hoofdstuk 29 is een cruciaal hoofdstuk in het boek Exodus, omdat het de instructies schetst voor de wijding van Aäron en zijn zonen als priesters. Dit hoofdstuk is belangrijk omdat het het begin markeert van de relatie van de Israëlieten met God als een verbondsvolk.
Het hoofdstuk begint met God die Mozes instrueert om Aäron en zijn zonen naar de ingang van de ontmoetingstent te brengen. Hier moeten Aäron en zijn zonen met water worden gewassen en worden gekleed in priesterlijke gewaden. Dit is symbolisch voor hun apart gezet worden voor de dienst van God.