Uittocht 5:13
“En de aandrijvers drongen aan, zeggende: Voleindigt uw werken, elk dagwerk op zijn dag, gelijk toen er stro was.”
Context: Uittocht 5
11Gaat gij zelve heen, haalt u stro, waar gij het vindt; doch van uw dienst zal niet verminderd worden.
12Toen verstrooide zich het volk in het ganse land van Egypte, dat het stoppelen verzamelde, voor stro.
13En de aandrijvers drongen aan, zeggende: Voleindigt uw werken, elk dagwerk op zijn dag, gelijk toen er stro was.
14En de ambtlieden der kinderen Israels, die Farao's aandrijvers over hen gesteld hadden, werden geslagen, en men zeide: Waarom hebt gijlieden uw gezette werk niet voleindigd, in het maken der tichelstenen, gelijk te voren, alzo ook gisteren en heden?
15Derhalve gingen de ambtlieden der kinderen Israels, en schreeuwden tot Farao, zeggende: Waarom doet gij uw knechten alzo?
Over Uittocht 5: Farao weigert de Israëlieten te laten gaan

Samenvatting: De farao verhoogt de werklast van de Israëlieten, maar Mozes en Aäron blijven hem aandringen om hen te laten gaan.
Commentaar
Exodus hoofdstuk 5 is een cruciaal hoofdstuk in het boek Exodus, omdat het het begin markeert van de strijd van de Israëlieten met de farao. Nadat Mozes en Aäron naar de farao zijn gegaan om de vrijlating van de Israëlieten te eisen, reageert de farao door de werklast van de Israëlieten te verhogen en hun verzoek te weigeren. Dit is een belangrijk moment in het verhaal, omdat het de basis legt voor de plagen die zullen volgen.
Het hoofdstuk begint met Mozes en Aäron die terugkeren naar de farao en hun eis voor de vrijlating van de Israëlieten herhalen. De farao reageert door hun verzoek te weigeren en in plaats daarvan de werklast van de Israëlieten te verhogen. Dit is een belangrijk moment in het verhaal, omdat het de onwil van de farao toont om de Israëlieten te laten gaan.