Ezechiël 17:2

“Mensenkind, stel een raadsel voor, en gebruik een gelijkenis tot het huis Israels,”
— Ezechiël 17:2 (The Statenvertaling Bible)

Context: Ezechiël 17

1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:

2Mensenkind, stel een raadsel voor, en gebruik een gelijkenis tot het huis Israels,

3En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE: Een arend, die groot was, groot van vleugelen, lang van vlerken, vol van vederen, die verscheidene veren had, kwam op den Libanon, en nam den oppersten tak van een ceder.

4Hij plukte den top van zijn jonge takjes af, en bracht hem in een land van koophandel; hij zette hem in een stad van kooplieden.

Over Ezechiël 17: Parabel van de Twee Adelaars en de Wijnstok

Ezechiël 17: Parabel van de Twee Adelaars en de Wijnstok

In Ezechiël hoofdstuk 17 gebruikt God de gelijkenis van twee arenden en een wijnstok om de leiders van Juda te oordelen en te veroordelen voor hun ontrouw en ongehoorzaamheid. De eerste arend vertegenwoordigt Nebukadnezar van Babylon, die een kleine tak van Juda neemt en deze in zijn eigen tuin plant. De tweede arend vertegenwoordigt Egypte, die probeert de wijnstok nieuw leven in te blazen door bescherming te bieden, maar faalt. Uiteindelijk belooft God zelf in te grijpen en het koninkrijk van Juda te herstellen.

Commentaar

Default commentary text

Personen in Ezechiël 17