Ezechiël 25:1
“En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:”
Context: Ezechiël 25
1En des HEEREN woord geschiedde tot mij, zeggende:
2Mensenkind! zet uw aangezicht tegen de kinderen Ammons, en profeteer tegen dezelve;
3En zeg tot de kinderen Ammons: Hoort des Heeren HEEREN woord: Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat gij gezegd hebt: Heah! over Mijn heiligdom, als het ontheiligd werd, en over het land Israels, als het verwoest werd, en over het huis van Juda, als zij in gevangenis gingen;
Over Ezechiël 25: Profetieën tegen buurnaties

In Ezechiël hoofdstuk 25 spreekt God door de profeet Ezechiël, waarbij hij profetieën uitspreekt tegen naburige volken. De volken van Ammon, Moab, Edom, Filistea en Tyrus zullen allemaal oordeel en straf ondergaan voor hun ongehoorzaamheid jegens Gods volk en hun viering van de vernietiging van Israël.
Commentaar
Default commentary text