Ezechiël 40:49
“De lengte van het voorhuis twintig ellen, en de breedte elf ellen; en het was met trappen, bij dewelke men daarin opging; ook waren er pilaren aan de posten, een van deze, en een van gene zijde.”
Context: Ezechiël 40
47En hij mat het voorhof: de lengte honderd ellen, en de breedte honderd ellen, vierkant; en het altaar was voor aan het huis.
48Toen bracht hij mij tot het voorhuis des huizes, en hij mat elken post van het voorhuis, vijf ellen van deze, en vijf ellen van gene zijde; en de breedte der poort, drie ellen van deze, en drie ellen van gene zijde.
49De lengte van het voorhuis twintig ellen, en de breedte elf ellen; en het was met trappen, bij dewelke men daarin opging; ook waren er pilaren aan de posten, een van deze, en een van gene zijde.
Over Ezechiël 40: Een Visie op de Nieuwe Tempel

In hoofdstuk 40 van het Boek van Ezechiël ontvangt de profeet Ezechiël een visioen van een nieuwe tempel die door God gebouwd zal worden. Er worden gedetailleerde beschrijvingen gegeven van de tempel en de omliggende gebieden, inclusief de metingen en de complexe ontwerpen van elke sectie. Het visioen omvat ook de aanstelling van het priesterschap om te dienen in de nieuwe tempel.
Commentaar
Default commentary text