Ezechiël 41:11
“De deuren nu van de zijkameren waren naar het ledig gelatene toe, de ene deur den weg naar het noorden, en de andere deur naar het zuiden; en de breedte van de ledig gelatene plaats was vijf ellen rondom henen.”
Context: Ezechiël 41
9De breedte van den wand, die tot de zijkameren was naar buiten, was vijf ellen; en dat ledig gelaten was, was de plaats der zijkameren, die aan het huis waren.
10En tussen de kameren was een breedte van twintig ellen, rondom het huis, rondom henen.
11De deuren nu van de zijkameren waren naar het ledig gelatene toe, de ene deur den weg naar het noorden, en de andere deur naar het zuiden; en de breedte van de ledig gelatene plaats was vijf ellen rondom henen.
12Voorts van het gebouw, dat voor aan de afgesneden plaats was in den hoek des wegs naar het westen, was de breedte zeventig ellen, en van den wand des gebouws was de breedte vijf ellen rondom henen, en de lengte daarvan negentig ellen.
13Voorts mat hij het huis, de lengte honderd ellen; ook de afgesneden plaats en het gebouw, en de wanden daarvan, de lengte honderd ellen.
Over Ezechiël 41: De Binnenste Kamers van de Tempel

In Ezechiël hoofdstuk 41 ontvangt de profeet een gedetailleerde visie van de binnenste kamers van de tempel. Het hoofdstuk geeft metingen en beschrijvingen van het heiligdom, het Heilige der Heiligen en de zijvertrekken. Het benadrukt de grootsheid en heiligheid van de tempel, evenals het belang van de specifieke afmetingen en indelingen.
Commentaar
Default commentary text