Ezechiël 43:7
“En Hij zeide tot mij: Mensenkind! dit is de plaats Mijns troons, en de plaats der zolen Mijner voeten, alwaar Ik wonen zal in het midden der kinderen Israels, in eeuwigheid; en die van het huis Israels zullen Mijn heiligen Naam niet meer verontreinigen, zij noch hun koningen, met hun hoererij en met de dode lichamen hunner koningen, op hun hoogten;”
Context: Ezechiël 43
5En de Geest nam mij op, en bracht mij in het binnenste voorhof; en ziet, de heerlijkheid des HEEREN had het huis vervuld.
6En ik hoorde Een, Die met mij sprak, uit het huis; en de man was bij mij staande.
7En Hij zeide tot mij: Mensenkind! dit is de plaats Mijns troons, en de plaats der zolen Mijner voeten, alwaar Ik wonen zal in het midden der kinderen Israels, in eeuwigheid; en die van het huis Israels zullen Mijn heiligen Naam niet meer verontreinigen, zij noch hun koningen, met hun hoererij en met de dode lichamen hunner koningen, op hun hoogten;
8Als zij hun dorpel stelden aan Mijn dorpel, en hun post nevens Mijn post, dat er maar een wand tussen Mij en tussen hen was, en verontreinigden Mijn heiligen Naam met hun gruwelen, die zij deden; waarom Ik ze verteerd heb in Mijn toorn.
9Nu zullen zij hun hoererij en de dode lichamen hunner koningen verre van Mij wegdoen; en Ik zal in het midden van hen wonen in eeuwigheid.
Over Ezechiël 43: De Glorie van God keert terug naar de Tempel

In Ezechiël hoofdstuk 43 ontvangt de profeet een visioen van de heerlijkheid van God die terugkeert naar de tempel. Hij ziet de Heer op zijn troon, en de tempel is gevuld met zijn glorie. De Heer vertelt Ezechiël dat Hij voor eeuwig te midden van zijn volk zal wonen, en dat zij zijn heilige naam nooit meer zullen ontheiligen.
Commentaar
Default commentary text