Ezra 2:8

“De kinderen van Zatthu, negenhonderd zestig.”
— Ezra 2:8 (The Statenvertaling Bible)

Context: Ezra 2

6De kinderen van Pahath-Moab, van de kinderen van Jesua-Joab, twee duizend achthonderd en twaalf.

7De kinderen van Elam, duizend tweehonderd vier en vijftig.

8De kinderen van Zatthu, negenhonderd zestig.

9De kinderen van Zakkai, zevenhonderd zestig.

10De kinderen van Bani, zeshonderd twee en veertig.

Over Ezra 2: Terugkeer van de ballingen naar Jeruzalem

Ezra 2: Terugkeer van de ballingen naar Jeruzalem

De lijst van de ballingen die onder leiding van Ezra terugkeerden naar Jeruzalem.

Commentaar

Ezra 2 is een hoofdstuk dat de terugkeer van de Israëlieten uit ballingschap in Babylon naar het land Juda vastlegt. Dit hoofdstuk is een voortzetting van het verhaal uit het vorige hoofdstuk, dat het decreet van Cyrus, de koning van Perzië, vastlegt, waarbij de Israëlieten toestemming kregen om terug te keren naar hun thuisland.

In dit hoofdstuk zien we een lijst van de mensen die naar Juda terugkeerden. Deze lijst is verdeeld in twee delen: het eerste deel is een lijst van de leiders van het volk, en het tweede deel is een lijst van de mensen zelf. Deze lijst is belangrijk omdat het de omvang van de groep die naar Juda terugkeerde toont, en het laat ook de diversiteit van de terugkerende mensen zien.

Personen in Ezra 2