Ezra 4:13
“Zo zij nu den koning bekend, indien dezelve stad zal worden opgebouwd, en de muren voltrokken, dat zij den cijns, ouden impost, en tol niet zullen geven, en gij zult aan de inkomsten der koningen schade aanbrengen.”
Context: Ezra 4
11Dit is een afschrift des briefs, dien zij aan hem, aan den koning Arthahsasta, zonden: Uw knechten, de mannen aan deze zijde der rivier, en op zulken tijd.
12Den koning zij bekend, dat de Joden, die van u zijn opgetogen, tot ons gekomen zijn te Jeruzalem, bouwende die rebelle en die boze stad, waarvan zij de muren voltrekken, en de fondamenten samenvoegen.
13Zo zij nu den koning bekend, indien dezelve stad zal worden opgebouwd, en de muren voltrokken, dat zij den cijns, ouden impost, en tol niet zullen geven, en gij zult aan de inkomsten der koningen schade aanbrengen.
14Nu, omdat wij salaris uit het paleis trekken, en het ons niet betaamt des konings oneer te zien, daarom hebben wij gezonden, en dit den koning bekend gemaakt;
15Opdat men zoeke in het boek der kronieken uwer vaderen, zo zult gij vinden in het boek der kronieken, en weten, dat dezelve stad een rebelle stad geweest is, en den koningen en landschappen schade aanbrengende, en dat zij daarbinnen afval gesticht hebben, van oude tijden af; daarom is dezelve stad verwoest.
Over Ezra 4: Verzet tegen de wederopbouw

Tegenstand tegen de wederopbouw van de tempel door de naburige volkeren, inclusief het schrijven van een brief aan koning Artaxerxes.
Commentaar
Ezra 4 is een hoofdstuk dat spreekt over de tegenstand waarmee de Israëlieten te maken kregen toen ze probeerden de tempel in Jeruzalem te herbouwen. Het hoofdstuk begint met een lijst van de vijanden van de Israëlieten die probeerden hen te ontmoedigen en te weerhouden van de herbouw van de tempel. Deze vijanden omvatten het volk van het land, de Samaritanen, en de Ammonieten en Arabieren. De vijanden van de Israëlieten probeerden hun plannen te dwarsbomen door adviseurs in te huren om hen tegen te werken en door brieven te schrijven naar de Perzische koning, Artaxerxes, om het werk te stoppen.
Het hoofdstuk beschrijft vervolgens hoe de vijanden van de Israëlieten succesvol waren in hun inspanningen. Het werk aan de tempel werd stilgelegd voor een periode van zestien jaar. Gedurende deze tijd bleven de vijanden van de Israëlieten hen dwarsbomen en proberen te voorkomen dat ze de tempel herbouwden.