Ezra 7:3

“Den zoon van Amarja, den zoon van Azarja, den zoon van Merajoth,”
— Ezra 7:3 (The Statenvertaling Bible)

Context: Ezra 7

1Na deze geschiedenissen nu, in het koninkrijk van Arthahsasta, koning van Perzie: Ezra, de zoon van Seraja, den zoon van Azarja, den zoon van Hilkia,

2Den zoon van Sallum, den zoon van Zadok, den zoon van Ahitub,

3Den zoon van Amarja, den zoon van Azarja, den zoon van Merajoth,

4Den zoon van Zerahja, den zoon van Uzzi, den zoon van Bukki,

5Den zoon van Abisua, den zoon van Pinehas, den zoon van Eleazar, den zoon van Aaron, den hoofdpriester.

Over Ezra 7: De Reis van Ezra naar Jeruzalem

Ezra 7: De Reis van Ezra naar Jeruzalem

Ezra's reis naar Jeruzalem en zijn aankomst in de stad.

Commentaar

Ezra 7 is een cruciaal hoofdstuk in het boek Ezra, omdat het het begin markeert van de terugkeer van het Joodse volk naar Jeruzalem. Het hoofdstuk begint met een brief van koning Artaxerxes aan Ezra, waarin hem toestemming wordt verleend om terug te keren naar Jeruzalem en de tempel te herbouwen. Dit is een belangrijk moment in de geschiedenis van het Joodse volk, omdat het het begin markeert van de restauratie van de tempel en de terugkeer van het Joodse volk naar hun thuisland.

De brief van de koning wordt gevolgd door een lijst van voorzieningen die Ezra moet meenemen op zijn reis. Deze voorzieningen omvatten goud en zilver, evenals een aantal andere items die zullen worden gebruikt om de tempel te herbouwen. Deze lijst van voorzieningen is significant, omdat het de toewijding van de koning laat zien aan de restauratie van de tempel en de terugkeer van het Joodse volk naar hun thuisland.

Personen in Ezra 7