Genesis 1:25

“En God maakte het wild gedierte der aarde naar zijn aard, en het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.”
— Genesis 1:25 (The Statenvertaling Bible)

Context: Genesis 1

23Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de vijfde dag.

24En God zeide: De aarde brenge levende zielen voort, naar haar aard, vee, en kruipend, en wild gedierte der aarde, naar zijn aard! En het was alzo.

25En God maakte het wild gedierte der aarde naar zijn aard, en het vee naar zijn aard, en al het kruipend gedierte des aardbodems naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.

26En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.

27En God schiep den mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze.

Over Genesis 1: Creatie

Genesis 1: Creatie

God schept de wereld, de lucht, de zeeën, het land, planten, dieren en mensen. Hij schiep alles in zes dagen en op de zevende dag rustte hij.

Commentaar

Commentaar: Genesis hoofdstuk 1 is het eerste hoofdstuk van de Bijbel en is het begin van het verhaal van de schepping. Het begint met God die de hemel en de aarde schept, en gaat dan verder met het scheppen van de zon, maan en sterren. Vervolgens schept Hij het land en de zee, en dan de planten en dieren. Uiteindelijk schept Hij de mens naar Zijn eigen beeld.

Dit hoofdstuk is een krachtige herinnering aan de macht van God en Zijn vermogen om de wereld en alles wat daarin is, te scheppen. Het herinnert ons ook aan Zijn liefde voor ons, omdat Hij ons schiep naar Zijn eigen beeld. Dit hoofdstuk herinnert ons aan het belang van respect en zorg voor de wereld om ons heen, omdat deze door God is geschapen.

Personen in Genesis 1