Genesis 1:30
“Maar aan al het gedierte der aarde, en aan al het gevogelte des hemels, en aan al het kruipende gedierte op de aarde, waarin een levende ziel is, heb Ik al het groene kruid tot spijze gegeven. En het was alzo.”
Context: Genesis 1
28En God zegende hen, en God zeide tot hen: Weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt, en vervult de aarde, en onderwerpt haar, en hebt heerschappij over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt!
29En God zeide: Ziet, Ik heb ulieden al het zaadzaaiende kruid gegeven, dat op de ganse aarde is, en alle geboomte, in hetwelk zaadzaaiende boomvrucht is; het zij u tot spijze!
30Maar aan al het gedierte der aarde, en aan al het gevogelte des hemels, en aan al het kruipende gedierte op de aarde, waarin een levende ziel is, heb Ik al het groene kruid tot spijze gegeven. En het was alzo.
31En God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Toen was het avond geweest, en het was morgen geweest, de zesde dag.
Over Genesis 1: Creatie

God schept de wereld, de lucht, de zeeën, het land, planten, dieren en mensen. Hij schiep alles in zes dagen en op de zevende dag rustte hij.
Commentaar
Commentaar: Genesis hoofdstuk 1 is het eerste hoofdstuk van de Bijbel en is het begin van het verhaal van de schepping. Het begint met God die de hemel en de aarde schept, en gaat dan verder met het scheppen van de zon, maan en sterren. Vervolgens schept Hij het land en de zee, en dan de planten en dieren. Uiteindelijk schept Hij de mens naar Zijn eigen beeld.
Dit hoofdstuk is een krachtige herinnering aan de macht van God en Zijn vermogen om de wereld en alles wat daarin is, te scheppen. Het herinnert ons ook aan Zijn liefde voor ons, omdat Hij ons schiep naar Zijn eigen beeld. Dit hoofdstuk herinnert ons aan het belang van respect en zorg voor de wereld om ons heen, omdat deze door God is geschapen.