Genesis 10:20

“Deze zijn zonen van Cham, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, in hun volken.”
— Genesis 10:20 (The Statenvertaling Bible)

Context: Genesis 10

18En de Arvadiet, en de Tsemariet, en de Hamathiet; en daarna zijn de huisgezinnen der Kanaanieten verspreid.

19En de landpale der Kanaanieten was van Sidon, daar gij gaat naar Gerar tot Gaza toe; daar gij gaat naar Sodom en Gomorra, en Adama, en Zoboim, tot Lasa toe.

20Deze zijn zonen van Cham, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, in hun volken.

21Voorts zijn Sem zonen geboren; dezelve is ook de vader aller zonen van Heber, broeder van Jafeth, den grootste.

22Sems zonen waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram.

Over Genesis 10: De Naties van de Aarde

Genesis 10: De Naties van de Aarde

Dit hoofdstuk vermeldt de nakomelingen van de drie zonen van Noach: Sem, Cham en Jafeth. Het beschrijft ook de verschillende volken en gebieden die door hun nakomelingen werden bewoond.

Commentaar

Genesis 10 is het tiende hoofdstuk van het Boek Genesis in de Hebreeuwse Bijbel. Het is het eerste van de vijf hoofdstukken in de Tafel der Naties, die de nakomelingen van Noach en hun geografische locaties beschrijft. Het hoofdstuk begint met een lijst van de zonen van Noach en hun nakomelingen, die zijn verdeeld in zeventig naties. Vervolgens beschrijft het hoofdstuk de geografische locaties van elk van deze naties, met speciale nadruk op de nakomelingen van Sem, Cham en Jafet.

Dit hoofdstuk is om verschillende redenen belangrijk. Allereerst biedt het een genealogisch verslag van de nakomelingen van Noach, wat essentieel is voor het begrijpen van de geschiedenis van het oude Nabije Oosten. Ten tweede biedt het een geografische context voor de verhalen van de Bijbel, die vaak plaatsvinden in de landen van deze naties. Ten slotte dient het als een herinnering aan de eenheid van de mensheid, aangezien al deze naties afstammen van dezelfde voorouder.

Personen in Genesis 10