Genesis 11:30
“En Sarai was onvruchtbaar; zij had geen kind.”
Context: Genesis 11
28En Haran stierf voor het aangezicht zijns vaders Terah, in het land zijner geboorte, in Ur der Chaldeen.
29En Abram en Nahor namen zich vrouwen; de naam van Abrams huisvrouw was Sarai, en de naam van Nahors huisvrouw was Milka, een dochter van Haran, vader van Milka, en vader van Jiska.
30En Sarai was onvruchtbaar; zij had geen kind.
31En Terah nam Abram, zijn zoon, en Lot, Harans zoon, zijns zoons zoon, en Sarai, zijn schoondochter, de huisvrouw van zijn zoon Abram, en zij togen met hen uit Ur der Chaldeen, om te gaan naar het land Kanaan; en zij kwamen tot Haran, en woonden aldaar.
32En de dagen van Terah waren tweehonderd en vijf jaren, en Terah stierf te Haran.
Over Genesis 11: De Toren van Babel

Het hoofdstuk vertelt het verhaal van de Toren van Babel, waar mensen besloten om een grote toren te bouwen om de hemel te bereiken. God verwarde hun taal en verspreidde hen over de aarde.
Commentaar
Genesis 11 is een fascinerend hoofdstuk in de Bijbel dat het verhaal vertelt van de toren van Babel. Dit is een verhaal van menselijke trots en arrogantie, en hoe God hen vernederde door hun taal te verwarren.
De mensen van de aarde waren samengekomen om een toren te bouwen die tot in de hemel zou reiken. Ze wilden een naam voor zichzelf maken en voor altijd herinnerd worden. Maar God zag hun trots en arrogantie en besloot in te grijpen. Hij verwarde hun taal zodat ze elkaar niet langer konden begrijpen, en de toren werd nooit voltooid.