Genesis 17:7
“En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u.”
Context: Genesis 17
5En uw naam zal niet meer genoemd worden Abram; maar uw naam zal wezen Abraham; want Ik heb u gesteld tot een vader van menigte der volken.
6En Ik zal u gans zeer vruchtbaar maken, en Ik zal u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen.
7En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u.
8En Ik zal u, en uw zaad na u, het land uwer vreemdelingschappen geven, het gehele land Kanaan, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn.
9Voorts zeide God tot Abraham: Gij nu zult Mijn verbond houden, gij, en uw zaad na u, in hun geslachten.
Over Genesis 17: Namen van Abraham en Sara veranderd

God verandert Abrams naam in Abraham en Sarais naam in Sarah, en sluit een verbond met hem. Hij belooft dat Abraham de vader zal zijn van vele naties en dat zijn nakomelingen het land Kanaän zullen erven. Hij vertelt Abraham ook dat hij besneden moet worden als teken van dit verbond.
Commentaar
Genesis 17 is een sleutelhoofdstuk in het boek Genesis, omdat het het begin markeert van het verbond tussen God en Abraham. Dit verbond vormt de basis van de relatie tussen God en de Israëlieten, en het is een belofte van Gods trouw en bescherming.
Het hoofdstuk begint met God die aan Abraham verschijnt en een verbond met hem sluit. God belooft om Abraham de vader van een groot volk te maken, en hem en zijn nakomelingen het land Kanaän te geven. Als tegenprestatie moeten Abraham en zijn nakomelingen Gods geboden naleven en Hem alleen aanbidden.