Genesis 18:17
“En de HEERE zeide: Zal Ik voor Abraham verbergen, wat Ik doe?”
Context: Genesis 18
15En Sara loochende het, zeggende: Ik heb niet gelachen; want zij vreesde. En Hij zeide: Neen! maar gij hebt gelachen.
16Toen stonden die mannen op van daar, en zagen naar Sodom toe; en Abraham ging met hen, om hen te geleiden.
17En de HEERE zeide: Zal Ik voor Abraham verbergen, wat Ik doe?
18Dewijl Abraham gewisselijk tot een groot en machtig volk worden zal, en alle volken der aarde in hem gezegend zullen worden?
19Want Ik heb hem gekend, opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zoude bevelen, en zij den weg des HEEREN houden, om te doen gerechtigheid en gerichte; opdat de HEERE over Abraham brenge, hetgeen Hij over hem gesproken heeft.
Over Genesis 18: De Belofte van de Geboorte van Isaak

God bezoekt Abraham en vertelt hem dat Sarah een zoon zal krijgen, ondanks haar ouderdom. Abraham lacht om het idee, maar Sarah raakt zwanger en baart Isaak.
Commentaar
Genesis 18 is een hoofdstuk dat zich richt op het bezoek van drie mannen aan Abraham en Sarah. Deze mannen worden later onthuld als engelen die door God zijn gestuurd om aan Abraham en Sarah aan te kondigen dat ze een zoon zullen krijgen. Dit is een belangrijk moment in de Bijbel omdat het het begin markeert van de vervulling van Gods belofte aan Abraham dat hij de vader zou worden van vele volken.
Het hoofdstuk begint met de drie mannen die aankomen bij de tent van Abraham. Abraham herkent hen meteen als boodschappers van God en toont hen gastvrijheid. Hij biedt hen eten en drinken aan en nodigt hen uit om te blijven overnachten. De mannen vertellen dan aan Abraham dat Sarah een zoon zal krijgen, en Abraham lacht van ongeloof.