Genesis 18:29
“En hij voer voort nog tot Hem te spreken, en zeide: Misschien zullen aldaar veertig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal het niet doen om der veertigen wil.”
Context: Genesis 18
27En Abraham antwoordde en zeide: Zie toch; ik heb mij onderwonden te spreken tot den Heere, hoewel ik stof en as ben!
28Misschien zullen aan de vijftig rechtvaardigen vijf ontbreken; zult Gij dan om vijf de ganse stad verderven? En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven, zo Ik er vijf en veertig zal vinden.
29En hij voer voort nog tot Hem te spreken, en zeide: Misschien zullen aldaar veertig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal het niet doen om der veertigen wil.
30Voorts zeide hij: Dat toch de Heere niet ontsteke, dat ik spreke; misschien zullen aldaar dertig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal het niet doen, zo Ik aldaar dertig zal vinden.
31En hij zeide: Zie toch, ik heb mij onderwonden te spreken tot de Heere; misschien zullen er twintig gevonden worden! En Hij zeide: Ik zal haar niet verderven om der twintigen wil.
Over Genesis 18: De Belofte van de Geboorte van Isaak

God bezoekt Abraham en vertelt hem dat Sarah een zoon zal krijgen, ondanks haar ouderdom. Abraham lacht om het idee, maar Sarah raakt zwanger en baart Isaak.
Commentaar
Genesis 18 is een hoofdstuk dat zich richt op het bezoek van drie mannen aan Abraham en Sarah. Deze mannen worden later onthuld als engelen die door God zijn gestuurd om aan Abraham en Sarah aan te kondigen dat ze een zoon zullen krijgen. Dit is een belangrijk moment in de Bijbel omdat het het begin markeert van de vervulling van Gods belofte aan Abraham dat hij de vader zou worden van vele volken.
Het hoofdstuk begint met de drie mannen die aankomen bij de tent van Abraham. Abraham herkent hen meteen als boodschappers van God en toont hen gastvrijheid. Hij biedt hen eten en drinken aan en nodigt hen uit om te blijven overnachten. De mannen vertellen dan aan Abraham dat Sarah een zoon zal krijgen, en Abraham lacht van ongeloof.