Genesis 2:18
“Ook had de HEERE God gesproken: Het is niet goed, dat de mens alleen zij; Ik zal hem een hulpe maken, die als tegen hem over zij.”
Context: Genesis 2
16En de HEERE God gebood den mens, zeggende: Van allen boom dezes hofs zult gij vrijelijk eten;
17Maar van den boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven.
18Ook had de HEERE God gesproken: Het is niet goed, dat de mens alleen zij; Ik zal hem een hulpe maken, die als tegen hem over zij.
19Want als de HEERE God uit de aarde al het gedierte des velds, en al het gevogelte des hemels gemaakt had, zo bracht Hij die tot Adam, om te zien, hoe hij ze noemen zou; en zoals Adam alle levende ziel noemen zoude, dat zou haar naam zijn.
20Zo had Adam genoemd de namen van al het vee, en van het gevogelte des hemels, en van al het gedierte des velds; maar voor de mens vond hij geen hulpe, die als tegen hem over ware.
Over Genesis 2: Scheiding van Licht en Duisternis

God schept man en vrouw en plaatst hen in een prachtige tuin genaamd Eden. Hij vertelt hun dat ze van elke boom in de tuin mogen eten, behalve van één boom. Ze mochten niet van die boom eten.
Commentaar
Commentaar: Genesis hoofdstuk 2 is het tweede hoofdstuk van het boek Genesis in de Bijbel. Het is het tweede van de vijf boeken van de Thora, en het is het eerste boek van het Oude Testament van de Bijbel. In dit hoofdstuk schept God de wereld en al zijn bewoners.
Het hoofdstuk begint met God die rust op de zevende dag nadat Hij de wereld heeft geschapen. Hij schept dan de mens uit het stof van de aarde en blaast leven in hem. God plaatst de mens vervolgens in de Tuin van Eden en geeft hem instructies om voor de tuin te zorgen en niet te eten van de Boom van Kennis van Goed en Kwaad.