Genesis 2:4

“Dit zijn de geboorten des hemels en der aarde, als zij geschapen werden; ten dage als de HEERE God de aarde en den hemel maakte.”
— Genesis 2:4 (The Statenvertaling Bible)

Context: Genesis 2

2Als nu God op de zevende dag volbracht had Zijn werk, dat Hij gemaakt had, heeft Hij gerust op den zevende dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had.

3En God heeft den zevende dag gezegend, en die geheiligd; omdat Hij op denzelven gerust heeft van al Zijn werk, hetwelk God geschapen had, om te volmaken.

4Dit zijn de geboorten des hemels en der aarde, als zij geschapen werden; ten dage als de HEERE God de aarde en den hemel maakte.

5En allen struik des velds, eer hij in de aarde was, en al het kruid des velds, eer het uitsproot; want de HEERE God had niet doen regenen op de aarde, en er was geen mens geweest, om den aardbodem te bouwen.

6Maar een damp was opgegaan uit de aarde, en bevochtigde den ganse aardbodem.

Over Genesis 2: Scheiding van Licht en Duisternis

Genesis 2: Scheiding van Licht en Duisternis

God schept man en vrouw en plaatst hen in een prachtige tuin genaamd Eden. Hij vertelt hun dat ze van elke boom in de tuin mogen eten, behalve van één boom. Ze mochten niet van die boom eten.

Commentaar

Commentaar: Genesis hoofdstuk 2 is het tweede hoofdstuk van het boek Genesis in de Bijbel. Het is het tweede van de vijf boeken van de Thora, en het is het eerste boek van het Oude Testament van de Bijbel. In dit hoofdstuk schept God de wereld en al zijn bewoners.

Het hoofdstuk begint met God die rust op de zevende dag nadat Hij de wereld heeft geschapen. Hij schept dan de mens uit het stof van de aarde en blaast leven in hem. God plaatst de mens vervolgens in de Tuin van Eden en geeft hem instructies om voor de tuin te zorgen en niet te eten van de Boom van Kennis van Goed en Kwaad.

Personen in Genesis 2