Genesis 29:12
“En Jakob gaf Rachel te kennen, dat hij een broeder van haar vader, en dat hij de zoon van Rebekka was. Toen liep zij heen, en gaf het aan haar vader te kennen.”
Context: Genesis 29
10En het geschiedde, als Jakob Rachel zag, de dochter van Laban, zijner moeders broeder, en de schapen van Laban, zijner moeders broeder, dat Jakob toetrad, en wentelde den steen van den mond des puts, en drenkte de schapen van Laban, zijner moeders broeder.
11En Jakob kuste Rachel; en hij hief zijn stem op en weende.
12En Jakob gaf Rachel te kennen, dat hij een broeder van haar vader, en dat hij de zoon van Rebekka was. Toen liep zij heen, en gaf het aan haar vader te kennen.
13En het geschiedde, als Laban die tijding hoorde van Jakob, zijner zusters zoon, zo liep hij hem tegemoet, en omhelsde hem, en kuste hem, en bracht hem tot zijn huis. En hij vertelde Laban al deze dingen.
14Toen zeide Laban tot hem: Voorwaar, gij zijt mijn gebeente en mijn vlees! En hij bleef bij hem een volle maand.
Over Genesis 29: Jacob Ontmoet Rachel

Jacob werkt zeven jaar om met Leah te trouwen, maar wordt bedrogen door haar vader Laban en trouwt ook met Rachel. Hij werkt nog eens zeven jaar om met Rachel te kunnen trouwen.
Commentaar
Genesis 29 is het verhaal van Jakobs reis naar Haran om een vrouw te vinden. Na een lange reis arriveert hij bij een put en ontmoet Rachel, de dochter van Laban, de broer van zijn moeder. Jakob wordt verliefd op Rachel en stemt ermee in om zeven jaar voor Laban te werken in ruil voor haar hand in huwelijk.
Dit hoofdstuk is een herinnering aan het belang van familie en de kracht van liefde. Jakobs reis naar Haran getuigt van zijn toewijding aan zijn familie en zijn bereidheid om grote inspanningen te leveren om een vrouw te vinden. Zijn liefde voor Rachel blijkt uit zijn bereidheid om zeven jaar te werken in ruil voor haar hand in huwelijk.