Genesis 29:3

“En derwaarts werden al de kudden verzameld, en zij wentelden den steen van den mond des puts, en drenkten de schapen, en legden den steen weder op den mond van dien put, op zijn plaats.”
— Genesis 29:3 (The Statenvertaling Bible)

Context: Genesis 29

1Toen hief Jakob zijn voeten op, en ging naar het land der kinderen van het Oosten.

2En hij zag toe, en ziet, er was een put in het veld; en ziet, er waren drie kudden schapen nevens dien nederliggende; want uit dien put drenkten zij de kudden; en er was een grote steen op den mond van dien put.

3En derwaarts werden al de kudden verzameld, en zij wentelden den steen van den mond des puts, en drenkten de schapen, en legden den steen weder op den mond van dien put, op zijn plaats.

4Toen zeide Jakob tot hen: Mijn broeders! van waar zijt gij? En zij zeiden: Wij zijn van Haran.

5En hij zeide tot hen: Kent gij Laban, den zoon van Nahor? En zij zeiden: Wij kennen hem.

Over Genesis 29: Jacob Ontmoet Rachel

Genesis 29: Jacob Ontmoet Rachel

Jacob werkt zeven jaar om met Leah te trouwen, maar wordt bedrogen door haar vader Laban en trouwt ook met Rachel. Hij werkt nog eens zeven jaar om met Rachel te kunnen trouwen.

Commentaar

Genesis 29 is het verhaal van Jakobs reis naar Haran om een vrouw te vinden. Na een lange reis arriveert hij bij een put en ontmoet Rachel, de dochter van Laban, de broer van zijn moeder. Jakob wordt verliefd op Rachel en stemt ermee in om zeven jaar voor Laban te werken in ruil voor haar hand in huwelijk.

Dit hoofdstuk is een herinnering aan het belang van familie en de kracht van liefde. Jakobs reis naar Haran getuigt van zijn toewijding aan zijn familie en zijn bereidheid om grote inspanningen te leveren om een vrouw te vinden. Zijn liefde voor Rachel blijkt uit zijn bereidheid om zeven jaar te werken in ruil voor haar hand in huwelijk.

Personen in Genesis 29