Genesis 31:14

“Toen antwoordden Rachel en Lea, en zeiden tot hem: Is er nog voor ons een deel of erfenis, in het huis onzes vaders?”
— Genesis 31:14 (The Statenvertaling Bible)

Context: Genesis 31

12En Hij zeide: Hef toch uw ogen op, en zie! alle bokken, die de kudde beklimmen, zijn gesprenkeld, gespikkeld, en hagelvlakkig; want Ik heb gezien alles, wat Laban u doet.

13Ik ben die God van Beth-El, alwaar gij het opgerichte teken gezalfd hebt, waar gij Mij een gelofte beloofd hebt; nu, maak u op, vertrek uit dit land, en keer weder in het land uwer maagschap.

14Toen antwoordden Rachel en Lea, en zeiden tot hem: Is er nog voor ons een deel of erfenis, in het huis onzes vaders?

15Zijn wij niet vreemden van hem geacht? Want hij heeft ons verkocht, en hij heeft ook steeds ons geld verteerd.

16Want al de rijkdom, welke God onze vader heeft ontrukt, die is onze, en van onze zonen; nu dan, doe alles, wat God tot u gezegd heeft.

Over Genesis 31: Jakobs vlucht van Laban

Genesis 31: Jakobs vlucht van Laban

Jacob rent weg van Laban met zijn familie en bezittingen. Laban achtervolgt hem, maar ze sluiten een verbond en scheiden als vrienden.

Commentaar

Genesis 31 is het verhaal van Jakobs terugkeer naar zijn thuisland Kanaän na een lange periode van ballingschap in het land van Laban. Na een lange en moeilijke reis wordt Jakob herenigd met zijn familie en met open armen verwelkomd.

Het hoofdstuk begint met Jakobs beslissing om Labans land te verlaten en terug te keren naar Kanaän. Hij wordt vergezeld door zijn vrouwen, kinderen en al zijn bezittingen. Jakob vreest de reactie van Laban op zijn vertrek, dus neemt hij voorzorgsmaatregelen om zijn veiligheid te waarborgen. Hij stuurt Laban een boodschap om hem over zijn plannen te informeren en vertrekt dan in de nacht.

Personen in Genesis 31