Genesis 31:3
“En de HEERE zeide tot Jakob: Keer weder tot het land uwer vaderen, en tot uw maagschap, en Ik zal met u zijn.”
Context: Genesis 31
1Toen hoorde hij de woorden der zonen van Laban, zeggende: Jakob heeft genomen alles, wat onzes vaders was, en van hetgeen, dat onzes vaders was, heeft hij al deze heerlijkheid gemaakt.
2Jakob zag ook het aangezicht van Laban aan, en ziet, het was jegens hem niet als gisteren en eergisteren.
3En de HEERE zeide tot Jakob: Keer weder tot het land uwer vaderen, en tot uw maagschap, en Ik zal met u zijn.
4Toen zond Jakob heen, en riep Rachel en Lea, op het veld tot zijn kudde;
5En hij zeide tot haar: Ik zie het aangezicht uws vaders, dat het jegens mij niet is als gisteren en eergisteren; doch de God mijns vaders is bij mij geweest.
Over Genesis 31: Jakobs vlucht van Laban

Jacob rent weg van Laban met zijn familie en bezittingen. Laban achtervolgt hem, maar ze sluiten een verbond en scheiden als vrienden.
Commentaar
Genesis 31 is het verhaal van Jakobs terugkeer naar zijn thuisland Kanaän na een lange periode van ballingschap in het land van Laban. Na een lange en moeilijke reis wordt Jakob herenigd met zijn familie en met open armen verwelkomd.
Het hoofdstuk begint met Jakobs beslissing om Labans land te verlaten en terug te keren naar Kanaän. Hij wordt vergezeld door zijn vrouwen, kinderen en al zijn bezittingen. Jakob vreest de reactie van Laban op zijn vertrek, dus neemt hij voorzorgsmaatregelen om zijn veiligheid te waarborgen. Hij stuurt Laban een boodschap om hem over zijn plannen te informeren en vertrekt dan in de nacht.