Genesis 31:51
“Laban zeide voorts tot Jakob: Zie, daar is deze zelfde hoop, en zie, daar is dit opgericht teken, hetwelk ik opgeworpen heb tussen mij en tussen u;”
Context: Genesis 31
49En Mizpa; omdat hij zeide: Dat de HEERE opzicht neme tussen mij en tussen u, wanneer wij de een van den ander zullen verborgen zijn!
50Zo gij mijn dochteren beledigt, en zo gij vrouwen neemt boven mijn dochteren, niemand is bij ons; zie toe, God zal getuige zijn tussen mij en tussen u!
51Laban zeide voorts tot Jakob: Zie, daar is deze zelfde hoop, en zie, daar is dit opgericht teken, hetwelk ik opgeworpen heb tussen mij en tussen u;
52Deze zelfde hoop zij getuige, en dit opgericht teken zij getuige, dat ik tot u voorbij deze hoop niet komen zal, en dat gij tot mij, voorbij deze hoop en dit opgericht teken, niet komen zult ten kwade!
53De God van Abraham, en de God van Nahor, de God huns vaders richte tussen ons! En Jakob zwoer bij de Vreze zijn vaders Izaks.
Over Genesis 31: Jakobs vlucht van Laban

Jacob rent weg van Laban met zijn familie en bezittingen. Laban achtervolgt hem, maar ze sluiten een verbond en scheiden als vrienden.
Commentaar
Genesis 31 is het verhaal van Jakobs terugkeer naar zijn thuisland Kanaän na een lange periode van ballingschap in het land van Laban. Na een lange en moeilijke reis wordt Jakob herenigd met zijn familie en met open armen verwelkomd.
Het hoofdstuk begint met Jakobs beslissing om Labans land te verlaten en terug te keren naar Kanaän. Hij wordt vergezeld door zijn vrouwen, kinderen en al zijn bezittingen. Jakob vreest de reactie van Laban op zijn vertrek, dus neemt hij voorzorgsmaatregelen om zijn veiligheid te waarborgen. Hij stuurt Laban een boodschap om hem over zijn plannen te informeren en vertrekt dan in de nacht.