Genesis 36:39

“En Baal-Hanan, de zoon van Achbor, stierf, en Hadar regeerde in zijn plaats; en de naam zijner stad was Pahu; en de naam zijner huisvrouw was Mechetabeel, een dochter van Matred, de dochter van Mezahab.”
— Genesis 36:39 (The Statenvertaling Bible)

Context: Genesis 36

37En Samla stierf, en Saul van Rehoboth, aan de rivier, regeerde in zijn plaats.

38En Saul stierf, en Baal-Hanan, de zoon van Achbor, regeerde in zijn plaats.

39En Baal-Hanan, de zoon van Achbor, stierf, en Hadar regeerde in zijn plaats; en de naam zijner stad was Pahu; en de naam zijner huisvrouw was Mechetabeel, een dochter van Matred, de dochter van Mezahab.

40En dit zijn de namen der vorsten van Ezau, naar hun geslachten, naar hun plaatsen, met hun namen: de vorst Timna, de vorst Alva, de vorst Jetheth,

41De vorst Aholibama, de vorst Ela, de vorst Pinon,

Over Genesis 36: De stamboom van Esau

Genesis 36: De stamboom van Esau

Dit hoofdstuk geeft de afstammelingen van Esau, ook bekend als Edom, weer.

Commentaar

Genesis 36 is een genealogisch hoofdstuk dat de nakomelingen van Esau, de tweelingbroer van Jacob, registreert. Het begint met een lijst van de zonen en kleinzonen van Esau, en gaat dan verder met een lijst van de leiders van Edom, het land waarin de nakomelingen van Esau zich vestigden. Dit hoofdstuk is belangrijk omdat het laat zien hoe de belofte van God werd vervuld om Esau tot een groot volk te maken, ondanks het feit dat Jacob was uitverkoren om de zegen van de eerstgeborene te ontvangen.

Het hoofdstuk dient ook als herinnering aan het belang van familie en afstamming. Het laat zien hoe de nakomelingen van Esau in staat waren om een machtige natie te vestigen, ondanks dat zij niet het uitverkoren volk van God waren. Dit is een herinnering dat Gods beloften niet beperkt zijn tot de uitverkorenen, maar beschikbaar zijn voor allen die Hem zoeken.

Personen in Genesis 36