Johannes 11:41
“Zij namen dan den steen weg, waar de gestorvene lag. En Jezus hief de ogen opwaarts, en zeide: Vader, Ik dank U, dat Gij Mij gehoord hebt.”
Context: Johannes 11
39Jezus zeide: Neemt den steen weg. Martha, de zuster des gestorvenen, zeide tot Hem: Heere, hij riekt nu al, want hij heeft vier dagen aldaar gelegen.
40Jezus zeide tot haar: Heb Ik u niet gezegd, dat, zo gij gelooft, gij de heerlijkheid Gods zien zult?
41Zij namen dan den steen weg, waar de gestorvene lag. En Jezus hief de ogen opwaarts, en zeide: Vader, Ik dank U, dat Gij Mij gehoord hebt.
42Doch Ik wist, dat Gij Mij altijd hoort; maar om der schare wil, die rondom staat, heb Ik dit gezegd, opdat zij zouden geloven, dat Gij Mij gezonden hebt.
43En als Hij dit gezegd had, riep Hij met grote stemme: Lazarus, kom uit!
Over Johannes 11: De Opwekking van Lazarus

Jezus wekt Lazarus op uit de dood en leert over de opstanding en het leven.
Commentaar
Johannes 11 is een hoofdstuk dat spreekt over de kracht van de liefde en compassie van Jezus. In dit hoofdstuk wordt Jezus benaderd door Maria en Martha, de zussen van Lazarus, die zijn hulp komen vragen bij het genezen van hun broer. Jezus is diep geroerd door hun verzoek en besluit naar Betanië te gaan om Lazarus te genezen.
Als Jezus aankomt, ontdekt hij dat Lazarus al gestorven is. Ondanks dit heeft Jezus nog steeds het vertrouwen dat hij Lazarus weer tot leven kan wekken. Hij beveelt Lazarus uit het graf te komen en Lazarus wordt opgewekt.