Jozua 3:2

“En het geschiedde, dat de ambtlieden, op het einde van drie dagen, door het midden des legers gingen;”
— Jozua 3:2 (The Statenvertaling Bible)

Context: Jozua 3

1Jozua dan maakte zich des morgens vroeg op, en zij reisden van Sittim, en kwamen tot aan de Jordaan, hij en al de kinderen Israels; en zij vernachtten aldaar, eer zij overtrokken.

2En het geschiedde, dat de ambtlieden, op het einde van drie dagen, door het midden des legers gingen;

3En zij geboden het volk, zeggende: Wanneer gij de ark des verbonds des HEEREN, uws Gods, ziet, en de Levietische priesters dezelve dragende, verreist gijlieden ook van uw plaats, en volgt haar na;

4Dat er nochtans ruimte zij tussen ulieden en tussen dezelve, bij de twee duizend ellen in de maat; en nadert tot dezelve niet; opdat gij dien weg wetet, dien gij gaan zult; want gijlieden zijt door dien weg niet gegaan gisteren en eergisteren.

Over Jozua 3: Het oversteken van de Jordaan

Jozua 3: Het oversteken van de Jordaan

De Israëlieten steken de Jordaan over en de priesters die de Ark van het Verbond dragen, staan in het midden van de rivier en stoppen de stroom.

Commentaar

Jozua hoofdstuk 3 is een cruciaal moment in het boek Jozua. Het markeert het begin van de verovering van het Beloofde Land door de Israëlieten, wanneer ze de Jordaan oversteken naar het land van Kanaän. Het hoofdstuk begint met Jozua die instructies geeft aan het volk van Israël om zich voor te bereiden op de oversteek. Hij vertelt hen om een grote steen opzij te zetten als herdenking van het gebeurtenis, en om twaalf mannen uit elke stam te kiezen om de Ark van het Verbond te dragen.

De oversteek van de Jordaan is een wonderbaarlijke gebeurtenis, waarbij het water van de rivier zich opent om de Israëlieten door te laten gaan. Dit is een teken van God's gunst en bescherming, en een herinnering aan de belofte die Hij aan Abraham heeft gedaan dat zijn nakomelingen het land zouden erven.

Personen in Jozua 3