Jozua 4:2

“Neemt gijlieden u twaalf mannen uit het volk, uit elken stam een man.”
— Jozua 4:2 (The Statenvertaling Bible)

Context: Jozua 4

1Het geschiedde nu, toen al het volk geeindigd had over de Jordaan te trekken, dat de HEERE tot Jozua sprak, zeggende:

2Neemt gijlieden u twaalf mannen uit het volk, uit elken stam een man.

3En gebiedt hun, zeggende: Neemt voor ulieden op, van hier uit het midden van de Jordaan, uit de standplaats van de voeten der priesteren, en bereidt twaalf stenen, en brengt ze met ulieden over, en stelt ze in het nachtleger, waar gij dezen nacht zult vernachten.

4Jozua dan riep die twaalf mannen, die hij had doen bestellen van de kinderen Israels, uit elken stam een man.

Over Jozua 4: Herdenkingsstenen

Jozua 4: Herdenkingsstenen

Jozua plaatst een monument van 12 stenen om de oversteek van de Jordaanrivier te herdenken.

Commentaar

Jozua hoofdstuk 4 is een cruciaal hoofdstuk in het boek Jozua. Het markeert het einde van de reis van de Israëlieten door de Jordaan en het begin van hun verovering van het Beloofde Land. In dit hoofdstuk beveelt God Jozua om twaalf stenen in het midden van de Jordaan op te richten als een herinnering aan de wonderbaarlijke oversteek van de rivier. Deze gedenksteen is bedoeld om de Israëlieten te herinneren aan Gods trouw en kracht.

Het hoofdstuk beschrijft ook de verdeling van het land onder de twaalf stammen van Israël. Aan elke stam wordt een deel van het land gegeven, en de grenzen van het land van elke stam worden duidelijk gedefinieerd. Deze verdeling van het land is een teken van Gods trouw aan Zijn volk en Zijn belofte om hun het land Kanaän te geven.

Personen in Jozua 4