Rechters 15:9

“Toen togen de Filistijnen op, en legerden zich tegen Juda, en breidden zich uit in Lechi.”
— Rechters 15:9 (The Statenvertaling Bible)

Context: Rechters 15

7Toen zeide Simson tot hen: Zoudt gij alzo doen? Zeker, als ik mij aan u gewroken heb, zo zal ik daarna ophouden.

8En hij sloeg hen, den schenkel en de heup, met een groten slag; en hij ging af, en woonde op de hoogte van de rots Etam.

9Toen togen de Filistijnen op, en legerden zich tegen Juda, en breidden zich uit in Lechi.

10En de mannen van Juda zeiden: Waarom zijt gijlieden tegen ons opgetogen? En zij zeiden: Wij zijn opgetogen om Simson te binden, om hem te doen, gelijk als hij ons gedaan heeft.

11Toen kwamen drie duizend mannen af uit Juda tot het hol der rots Etam, en zeiden tot Simson: Wist gij niet, dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt gij ons dan dit gedaan? En hij zeide tot hen: Gelijk als zij mij gedaan hebben, alzo heb ik hunlieden gedaan.

Over Rechters 15: De wraak van Samson met de kaakbeen

Rechters 15: De wraak van Samson met de kaakbeen

Samson verslaat de Filistijnen met de kracht die God hem heeft gegeven.

Commentaar

Richteren 15 is een hoofdstuk in het Oude Testament-boek Richteren dat het verhaal vertelt van Samsons wraak tegen de Filistijnen. Nadat de Filistijnen Samsons vrouw hadden weggenomen en haar aan een andere man hadden gegeven, zocht Samson wraak door dertig van hun mannen te doden en hun kleding te nemen. Vervolgens gaf hij de kleding aan de dertig mannen die hij had gedood.

Het hoofdstuk gaat dan verder met het beschrijven van hoe Samson wist te ontsnappen aan de Filistijnen en terugkeerde naar zijn eigen volk. Hij werd met open armen ontvangen en gevierd als een held.

Personen in Rechters 15