Rechters 17:2

“Die zeide tot zijn moeder: De duizend en honderd zilverlingen, die u ontnomen zijn, om dewelke gij gevloekt hebt, en ook voor mijn oren gesproken hebt, zie, dat geld is bij mij, ik heb dat genomen. Toen zeide zijn moeder: Gezegend zij mijn zoon den HEERE!”
— Rechters 17:2 (The Statenvertaling Bible)

Context: Rechters 17

1En er was een man van het gebergte van Efraim, wiens naam was Micha.

2Die zeide tot zijn moeder: De duizend en honderd zilverlingen, die u ontnomen zijn, om dewelke gij gevloekt hebt, en ook voor mijn oren gesproken hebt, zie, dat geld is bij mij, ik heb dat genomen. Toen zeide zijn moeder: Gezegend zij mijn zoon den HEERE!

3Alzo gaf hij aan zijn moeder de duizend en honderd zilverlingen weder. Doch zijn moeder zeide: Ik heb dat geld den HEERE ganselijk geheiligd van mijn hand, voor mijn zoon, om een gesneden beeld en een gegoten beeld te maken; zo zal ik het u nu wedergeven.

4Maar hij gaf dat geld aan zijn moeder weder. En zijn moeder nam tweehonderd zilverlingen, en gaf ze den goudsmid, die maakte daarvan een gesneden beeld en een gegoten beeld; dat was in het huis van Micha.

Over Rechters 17: Afgoderij van Micha

Rechters 17: Afgoderij van Micha

De Israëlieten aanbidden opnieuw andere goden en worden onderdrukt door hun vijanden.

Commentaar

In Rechters hoofdstuk 17 zien we het verhaal van Micha en de Leviet. Micha is een man uit de stam van Efraïm die een afgod voor zichzelf heeft gemaakt en een Leviet heeft ingehuurd om zijn priester te zijn. Dit is een directe overtreding van de wet van God, die stelt dat alleen de Levieten als priesters moeten dienen. De Leviet stemt ermee in om Micha's priester te zijn, en Micha richt een altaar op in zijn huis.

Het verhaal verschuift dan naar de Danieten, die op zoek zijn naar een plek om zich te vestigen. Ze komen langs het altaar van Micha en vragen de Leviet of ze het kunnen gebruiken als hun plaats van aanbidding. De Leviet stemt toe, en de Danieten nemen de afgod en de priester met zich mee.

Personen in Rechters 17