Marcus 2:18

“En de discipelen van Johannes en der Farizeen vastten; en zij kwamen en zeiden tot Hem: Waarom vasten de discipelen van Johannes en der Farizeen, en Uw discipelen vasten niet?”
— Marcus 2:18 (The Statenvertaling Bible)

Context: Marcus 2

16En de Schriftgeleerden en de Farizeen, ziende Hem eten met de tollenaren en zondaren, zeiden tot Zijn discipelen: Wat is het, dat Hij met de tollenaren en zondaren eet en drinkt?

17En Jezus, dat horende, zeide tot hen: Die gezond zijn, hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Ik ben niet gekomen, om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.

18En de discipelen van Johannes en der Farizeen vastten; en zij kwamen en zeiden tot Hem: Waarom vasten de discipelen van Johannes en der Farizeen, en Uw discipelen vasten niet?

19En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de bruiloftskinderen vasten, terwijl de Bruidegom bij hen is? Zo langen tijd zij den Bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten.

20Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en alsdan zullen zij vasten in dezelven dagen.

Over Marcus 2: Genezing van een verlamde en Roeping van Levi

Marcus 2: Genezing van een verlamde en Roeping van Levi

Jezus vergeeft de zonden van een verlamde man en geneest hem.

Commentaar

Marcus 2 is een hoofdstuk dat zich richt op Jezus' bediening en de wonderen die Hij verrichtte. In dit hoofdstuk geneest Jezus een verlamde man, vergeeft zijn zonden en roept Levi op om Hem te volgen. Jezus daagt ook de religieuze leiders van die tijd uit door te eten met zondaars en tollenaars.

Het eerste wonder in dit hoofdstuk is de genezing van de verlamde man. Jezus toont Zijn kracht en autoriteit door de zonden van de man te vergeven en hem te genezen. Dit wonder toont Jezus' mededogen en barmhartigheid voor degenen die lijden. Het dient ook als een herinnering dat Jezus de macht heeft om zonden te vergeven en zieken te genezen.

Personen in Marcus 2